Filosofische Praktijk Rotterdam
Welkom
Uw motto?
Mogelijkheden
Uw filosofisch consulent
Contact
Tijden & tarieven
Erasmus Institute for Philosophical Practice
Philosophical city walk through Rotterdam
Filosofische stadswandeling
Blog
September, 2007
October, 2007
January, 2008
February, 2008
April, 2008
June, 2008
July, 2008
August, 2008
October, 2008
December, 2008
January, 2009
March, 2009
July, 2009
October, 2009
November, 2009
January, 2010
March, 2010
April, 2010
May, 2010
June, 2010
July, 2010
August, 2010
Voor consultatie & advies
Blog
RSS
Het nut van de filosofische praktijk II
1/20/2008 11:22:16 PM

Beuys heeft ooit een koffer genomen en op de binnenkant van de opengeslagen deksel een maggiflesje en Kant’s “kritiek der Reinen Vernunft” gemonteerd. Op dit boek van Kant had Beuys een stempel aangebracht met de tekst: “Ich habe keine Weekend”. In het denken is er geen vrije dag of weekend. Volgens Beuys is de tijd voor filosofie voorbij. Het tijdperk van het denken neemt echter een aanvang. Ieder mens is niet alleen een kunstenaar, maar ook is ieder mens een denker. Het denken is het vormende beginsel van het zijn. Het is niet ruimtelijk, maar temporeel van aard. In de scheppende kracht ervan speelt de filosofische praktijk een rol. Het denken dient het leven van de bezoeker daarbij niet van een of andere theorie, maar weer van de nodige aroma te voorzien.

Het nut van de filosofische praktijk
1/20/2008 11:20:30 PM

Onlangs woonde ik een voordracht bij over Otl Aicher. Hij was vormgever ("designer") van beroep. Aicher werd bekend door de vormgeving van het olympisch stadion te München in 1974. Hij verzorgde ook de vormgeving van Lufthansa en andere bedrijven. Een mooi voorbeeld was zijn advies aan een bedrijf dat ooit gloeilampen maakte. Hij bracht het tot een conceptuele transformatie door te stellen dat niet de gloeilampen, maar “licht” het primaire product van het bedrijf was. Dit deed hij door kritische bevraging. De opdracht werd niet klakkeloos uitgevoerd, maar middels bevraging bracht Otto Aicher de opdrachtgever tot diens essentie, het zijn dat achter diens functioneren verscholen lag. Er vond een conceptuele transformatie plaats die het bedrijf in staat in te spelen op een dynamiek in de omgeving. De gloeilamp verdween, maar het bedrijf is nog immer succesvol in de productie van alles wat met licht te maken heeft. Bij een ander bedrijf dat haarden maakte slaagde Aichel niet. Hij kon hen niet overtuigen van het feit dat zij geen haarden, maar “warmte” maken. De haard verdween en daarmee ook het bedrijf. Een goede illustratie van het praktisch belang van filosofie. Tevens werd gewezen op diens houding. Aichel was geen filosoof, maar hij stelde net als Socrates kritische vragen aan diens opdrachtgevers. Deze vragen bewerkstelligden een verandering van inzicht, een perspectiefwisseling, zoals die ook in een welgeslaagde filosofische praktijk plaats kan vinden. Zo is het nut van de filosofische praktijk gelegen in het stellen van vragen. Het vinden van de juiste vraag is het antwoord van de praktische filosofie.


Hoedt u voor de filosofisch consulent; ofwel het filosofisch consult als alternatief voor psychotherapie
1/2/2008 9:22:58 PM

”Na eeuwenlang vanuit ivoren torens en sobere blokhutten te hebben neergekeken op de mens en zijn bedoeninkje, is de ijle lucht en eenzaamheid van het hooggebergte de filosofen van nu te veel geworden. Hun neiging om af te dalen naar de gewone mensenwereld en hun inzichten om te smeden tot kant-en-klare oplossingen voor dagelijkse problemen, is onweerstaanbaar geworden. Als filosofisch consulent willen ze voor de volle honderd procent meetellen en gevraagd of ongevraagd bedrijven en particulieren adviseren. Van diep gerespecteerde maar ongevaarlijke wereldverzakers zijn het eigenwijze wereldverbeteraars geworden.”, schrijft Henk van der Waal in een FEM Business recensie over het Boek “Geen pillen maar Plato” van Lou Marinoff, een bestseller van een Amerikaans filosofisch consulent dat daar overigens onder de title “Geen Prozac, maar Plato” verscheen. Prozac is kennelijk nog altijd teveel “business” om in de titel van een kritisch boek te verschijnen.


 


Vooral Marinoff’s poging het filosofisch consult als een alternatief voor psychotherapie te profileren en de PEACE methodiek daarbij naar voren te schuiven [Dr. Marinoff's signature five-step PEACE process shows you how to: identify your problem (P), express your emotions constructively (E). analyze your options (A), contemplate a philosophy that helps you choose and live with your best option (nal equilibrium (E).*] lijken voedingsbodem voor de kritische noot van de recensent. **


 


Nu is het zo dat er verschillende vormen van filosofische consultatie te onderscheiden zijn. Daarbij is er een Anglosaksische, meer therapeutisch gelijkende traditie waartoe Marinoff gerekend kan worden, een Duitse meer interpretatieve traditie waartoe Gerd Achenbach gerekend mag worden, en een Socratische, kritisch bevragende traditie waartoe Oscar Brenifier gerekend mag worden, te onderscheiden.


 


Bij al deze verschillende vormen of stijlen van filosofische consultatie, die naar mijn mening tot het repertoire van een professioneel filosofisch consulent zouden moeten behoren, blijkt het steeds weer van belang zich te verhouden tot of te onderscheiden van de reguliere psychotherapie. Het is daarom wellicht goed het verschil tussen het filosofisch consult en therapie nog eens naar voren te brengen. Uit dit verschil kan de eigenheid en de meerwaarde van het filosofisch consult worden afgelezen.


 


1. Therapie gaat uit van een probleem als anomalie, een afwijking van de normaal waarde of van de norm in de lichamelijke danwel psychische structuur of functie van een persoon. In deze zin is een probleem geen aangrijpingspunt van het filosofisch consult. De filosoof beschikt op voorhand niet over een normatief kader waarmee iets als een probleem kan worden gekwalificeerd. Juist het ontbreken ervan kenmerkt het consult bij de filosoof. Dit doet niets af aan de zaak zelf. De midlife crisis is bij de psycholoog een probleem, omdat de persoon daar in het licht van diens eigen normatief referentiekader tekort schiet. Dezelfde midlife crisis is bij de filosoof een gedachte die aanleiding geeft tot bevraging, teneinde de betekenis ervan te achterhalen. De vraag naar geluk is bij de psycholoog een probleem, omdat de meeste mensen deze niet stellen. Hij leest er een verholen depressie uit af en probeert de klant zo snel mogelijk van deze vraag af te brengen. De vraag naar geluk is bij de filosoof een uiting van welbewust filosoferen. Hij zal dit stimuleren en faciliteren vanuit diens kennis van een eeuwenoude denktraditie. Zo vormt niet het probleem, maar de gedachte of de vraag het uitgangspunt voor het filosofisch consult en verschilt het hierin fundamenteel van een therapeutische gesprekssituatie. Het filosofisch consult schept in beginsel al een ruimte of vrijheid voor de persoon om aan gangbare normatieve referentiekaders te ontsnappen.


 


2. Een therapie is een interventie naar aanleiding van een probleem met een beoogd effect. Het is te typeren middels een diachrone/lineaire structuur: van een probleem A wordt naar een oplossing B toegewerkt op een meer of minder gestructureerde wijze. Zo zijn cognitieve (gedrags)therapieën als het meest gestructureerd aan te merken. Meestal wordt gewerkt met een of andere stappenplan, feitelijk op te vatten als een soort training, om middels verandering van gedachten een verandering in gevoelens, emoties dan wel gedrag te bewerkstelligen. De Rogeriaanse “Client Centred Therapy” is als minst gestructureerd aan te merken met spiegeling en empathische gevoelsreflectie als hoekstenen van het gesprek. De (Freudiaanse) psycho-analyse zit daar tussen in. Hierin worden spiegeling en empathische gevoelsreflecties gebruikt om tot een verhaal te komen dat betekenis verleent aan het probleem. De systeemtherapie tenslotte past elementen van de drie genoemde hoofdvormen van psychotherapie tot op de persoon in relatie tot diens partners, gezin, aanverwanten of omgeving.


 


Het filosofisch consult daarentegen is gericht op het denken van het individu als zodanig. Filosofie is daarbij te typeren als een denken over het denken. Filosofie heeft een reflexieve structuur. Het is een cyclisch proces. In een gesprek betekent dit een opeenvolging van bevragen –>> interpreteren –>> begrijpen –>> conceptualiseren –>> bevragen –>> etc…Dit sluit aan bij een natuurlijk verloop van gedachten. Wanneer het denken in een geconstrueerde context plaatsvindt, het gesprek tussen klant en consulent, vindt een transitie plaats. Er ontstaat een cyclus van planning –>> uitvoering –>> toetsing ->> evaluatie –>> planning etc…Wanneer er een verdere integratie van de reflexieve cyclus in het leven van de persoon plaatsvindt, ontstaat er een filosofische praktijk.


 


3. Een therapie kent een specifieke rolverdeling tussen therapeut en klant/patiënt. De therapeut is daarbij de wetende, de patiënt de zoekende. In het filosofisch consult is de filosoof echter de (methodisch) onwetende. Vaak wordt dit de Socratische houding genoemd. De filosoof weet dat hij niet-weet. Let op! Er staat niet dat hij niets weet. Het gaat niet om feitenkennis o.i.d. Socrates exemplifieerde een houding van het niet-weten, die zich vertaalt in kritische vragen met als doel het denken bij de ander te stimuleren en te faciliteren. Dit betekent een andere rolverdeling. De filosofisch consulent is partner in een denkproces. Hij of zij zet niet alleen de klant aan tot denken, maar wordt ook door de klant tot denken aangezet.


 


Vanuit mijn ervaring als therapeut is dit laatste punt wellicht het meest pregnante verschil tussen therapie en filosofisch consult. De dokter of psychotherapeut wordt als wetende beschouwd en niet veronderstelt diens patiënt of cliënt kritisch te bevragen. De vragen van de therapeut vooronderstellen een antwoord. Zo stelt ook Dr. Phil veel vragen, maar als hij dat doet weet hij al wat het antwoord moet zijn en worstelt hij net zo lang tot hij dit van de anders loskrijgt. De dokter weet al dat roken slecht voor u is ok al vraagt hij waarom u nog rookt. De psychotherapeut weet al dat woede eigenlijk een uiting van verdriet over een verlies of tekortkoming is, ook al bent u boos. Het is een houding waarin ik me nooit zo heb thuisgevoeld. De neiging tot het stellen van kritische vragen was daarvoor te groot. De liefde voor de wijsheid middels de open bevraging past niet in een therapeutische setting en als deze liefde te groot is moet je die dan ook verlaten. Zo gezegd, zo gedaan. De filosofisch consulent is dan ook verre van een wereldverbeteraar. De houding daartoe ontbreekt hem. Hij wordt het slechts als hij zich als therapeut opstelt. Door diens PEACE methode en polemiek laadt Lou Marinoff deze verdenking helaas wel op zich. Met amerikaanse “diepgang” bespreekt hij in 20 bladzijden de geschiedenis van de filosofie of presenteert hij hitlijsten met filosofen. Daartegenover staat een rijkdom aan casuïstiek die de worsteling tussen de psychologisch en filosofische benadering toont en die zich in het licht van de drie behandelde verschillen tussen therapeut en filosofisch consulent waarderen laat.


 


P.P.M. Harteloh


Januari 2008


 


 


* Lou Marinoff, Geen pillen maar Plato. Filosofie al oplossing voor alledaagse problemen Amsterdam: archipel, 1999.


 


**Overigens treffen we een meer serieuze kritische bespreking van het werk van Marinoff aan bij Schlomit Schuster (2004).


 


 


 

3 items total

WelkomUw motto?MogelijkhedenUw filosofisch consulentContactTijden & tarievenErasmus Institute for Philosophical PracticePhilosophical city walk through RotterdamFilosofische stadswandelingBlog